16 - Akoestiek vervolg
Hoofdstuk 16 - Paragraaf 1
16. Akoestiek vervolg

16.1 Blaasinstrumenten

De acoustiekleer over koperen blaasinstrumenten is gecompliceerd. Zelfs een doorsnee fysicus brandt de vingers er liever niet aan. Gelukkig schreef Arthur H. Benade er over The Physics of Brasses in Fundamentals of Musical Acoustics, Dover Publications (ISBN 0-486 -26484- X).

Wat mij het meest intrigeerde was zijn bewijs dat voor klankvorming op 'brass' in feite geen lucht nodig is maar slechts trillingen nodig zijn, door hem aangetoond met een condensator microfoon. De menselijke stem heeft een zelfde soort akoestische aandrijving als nodig voor klankvorming op brass. De lucht laat de beide stembandspiertjes heen en weer trillen en hiermee wordt de lucht achter de 'musculi vocali' in trilling gebracht.

Lippen vs. stembanden
In 'brass' zijn het, in grote lijnen, de lippen die in trilling worden gebracht. Dus 2 stembanden en 2 lippen, daar is een soort vergelijking. Zowel lippen als stembanden zijn spieren elastisch en de lucht duwt zowel stembanden als lippen periodiek van elkaar, in een vaste regelmaat. Is er geen constante aanvoer, met voldoende druk, dan komt er geen toon. Wel een geluid, maar dat is niet hetzelfde. Voordat ik een dieper gaande uiteenzetting geef is hier alvast de conclusie, die voor velen een openbaring zal zijn:

Edge-tone
De vanuit de longen aangevoerde lucht komt uiteindelijk vr in de mond, wervelt over de tanden en veroorzaakt daar al een zogenaamde edge-of hoektoon volgens het principe van Richardson. Blaas maar eens een straal lucht over een scherpe rand en je hoort een soort gesis. Direct na het ontstaan van de hoektoon, vervolgt de lucht zijn weg over de lippen. Die lippen zijn niet hard maar er ontstaat ook weer een luchtwerveling. Vergelijk met een draaikolk achter de sluisdeuren als het hoge water langs de sluisdeuren naar het lagere gebied kolkt. Maar......de lippen zijn rond en zacht, de werveling is minder heftig.

Lip als snaar
Hoe meer je de lippen (o.a. de Musculus Orbucularis Oris mond-kring-spier) aanspant, hoe harder en strakker ze zullen worden en hoe heftiger de lipspleetwerveling. Een strakker gespannen snaar veroorzaakt immers hogere tonen etc. Het resultaat, de optelsom van deze 2 (tanden en lippen)samengebrachte luchtwervelingen verdwijnt in de ketel van het mondstuk en nu treedt er in de boring (het mondstukgat) de derde werveling op, ook weer een edge-toon. De kracht van de werveling is afhankelijk van de inwendige breekhoek van de boring.

Meer conisch
Een flauwe (meer conische) monstukketel/boring overgang zoals bij flugel, French Horn e.d. heeft minder snelle werveling en een meer scherpe ( cylindrische) bocht zoals bij de trompet, geeft een heftiger werveling. Deze drie wervelingen moeten samen een trillingsresultaat geven en worden gebundeld dus, tanden,lippen en boring van het mondstuk.

Maar............en nu komt het geheim van het door mij ontwikkelde The Horn Universal All Brasses Goldfish Embouchure, er is nog steeds geen toon. Tenminste:..............die hoort er nog niet te zijn. Lees meer over de Universal All Brasses Goldfish Embouchure onder paragraaf 16.2.


16.1 Blaasinstrumenten