35 - Non buzz embouchure
Hoofdstuk 35 - Paragraaf 14
35. Non buzz embouchure

35.14 Tongue & Recorder

Tongue & Recorder

TONGFUNCTIE EN BLOKFLUITMONDSTUK


Voor mensen met zwakke uitwendige en inwendige mond- en kauwspieren waarbij de multi-oropharyngeale functies zijn ingeperkt zoals:

- Slikken
- kauwen
- blazen
- zingen
- neurieën
- spreken
- spugen
- mimiek
- mondsluitfunctie
- gehoor
- gebit

en waarbij afwijkende standen en vormen van het gebit kunnen worden beïnvloed door de plaatsing van het mondstuk zodanig dat er druk wordt uitgeoefend in de juiste groei en ontwikkelingsrichting.
etc.
Hiervoor hebben wij een nieuwe speelse multi oropharyngeale functionele therapie ontwikkeld met behulp van een blokfluitmondstuk waarbij verschillende soorten kunststof(!) blokfluitmondstukken kunnen worden gebruikt zoals van de sopraan -, alt- en basblokfluit.

Uitgangspunt is de mondsluitfunctie met vooral de M.Orbicularis oris en de omringende spieren plus de 4 kauwspieren. Pro- en retractie van de onderkaak komen daarmee in beeld.
In combinatie met deze functie komen dan alle genoemde functies aan de beurt.

Een belangrijk element is natuurlijk het geluid wat de deelnemer kan maken door op het mondstuk te blazen en de toonhoogte kan veranderen door een vinger in de voormonding van de fluit te brengen. De vinger ver naar binnen brengen verlaagt de toon en omgekeerd. Door extra hard te blazen octaveer je de toon naar een schril hoog geluid, en ook in het hoge register kan de vinger weer zorgen voor veranderingen in toonhoogte.

Interessant is deze muziektherapievorm vooral ook voor de ontwikkeling van de tongfunctie. Uitgaande van de tongoefeningen in een normale mondstuksetting met de bovenkant tegen de bovenste snijtanden kunnen we de tongfunctie trainen in:

Staccato
Tongslagen enkelvoudige en dubbelvoudig of wel double tonguing and triple tonguing
Tongrugbewegingen zoals met het uitspreken van K..spreek uit Kuh, als een soort ontploffinkje.

Legato, dus tonen bindend door met de tong Yai-yai-yai bewegingen te laten maken. Desgewenst met verandering van toonhoogte.

Doodlen.. een tongtechniek uit de Trombône Jazz technieken. Bewegingen met de tongpunt L of DL tegen de achterkant van de bovenste snijtanden: doodloodloodlo …spreek uit doedloe etc.
Fladdertong, met de rollende r op de tongpunt. Naarmate je hoger in toonhoogte komt wordt het lastiger.
Breath Attack.. aanzetten met alleen de adem: spreek uit …HUH HUH HUH of met andere medeklinkers.
Deze techniek is vooral bedoeld om de pharynx goed open te krijgen zoals bijvoorbeeld bij kinderen met slikproblemen door te veel spanning achter in de mond.

Deze aanzetten met klinkers kunnen natuurlijk in allerhande medeklinkerscombinaties worden gedaan, naar gelang de noodzaak.
Neem bv Legato:
Lalala, of lililili, lijlijlij, looloo etc. etc. Dat geldt ook voor alle andere tongaanzetten.
Andere variaties kunnen worden gezocht in de toonsterkte, de kracht waarmee de aanzet wordt gedaan. En dat heeft direct te maken met de ademsteun.

Speciale aandacht vraagt bij deze training natuurlijk de ademhaling, de totaal inademingen en de daarop volgende ademsteun.

Vanzelfsprekend kunnen al dit soort tongaanzetten ook worden gedaan zonder blokfluitmondstuk.
Het gebit:
Zoals gezegd is de ‘normale’mondstukpositie’, waarbij de bovenkant tegen de bovenste snijtanden aanleunt van invloed op de stand van de snijtanden en de inclinatiehoek. Afhankelijk van de teruggetrokken stand van de bovenste snijtanden en de gewenste stand kun je de tongdruk bij de aanzetten varieren. Veel druk betekent uiteraard meer pressie op de tanden.
Keer je het mondstuk echter om , waaroor het omhoog gaat wijzen, dan zal de vlakke kant tegen de onderste snijtanden aandrukken en kun je daar dus weer invloed op uitoefenen, indien nodig.
Afbeelding inclinatiehoek.

Zingen en neurieën:
Met het mondstuk in de mond kun je ook zangoefeningen doen en eventueel liedjes neurieën waarbij er natuurlijk wel fluitgeluid optreedt. Maar dat kan ook een verrijking zijn in je les of behandeling. Laag zingen brengt de tong omlaag en maakt de pharynx wijd en omgekeerd.

Slikken
Met het mondstuk gefixeerd in je mond, met lichte vingertip druk kun je ook slikoefeningen doen. Het voordeel daarvan is dat alle betrokken spiergroepen betrokken worden bij de actie:

- Mondsluitspieren
- Kauwspieren
- Tongspieren
- Tongbeenspieren
- Verhemelte spieren
- Pharynx constrictoren
- Maar ook het gebit waartegen tong en spieren zich afzetten.

Ook hier is de combinatie van de bewegingen en houdingen een onderdeel van het leerproces,één van de vele oefeningen, waarbij de leraar, lerares, logopediste etc. zelf kunnen invullen wat nodig is en wat niet>

Mimiek:
Met de fluit in de mond kun je natuurlijk ook mimische bewegingen maken, al fluitend. Een paar voorbeelden: ogen krachtig dichtknijpen, en weer ver openen, knipogen. Probeer al fluitend de onderkaak te openen, daarbij kun je weer medeklinkers gebruiken:
III = dicht, nauw. OO= open, wijd. AA= achterin de mond breed maken terwijl de mondhoeken dat ook willen.

Ademen:
Blazen betekent uitademen, maar via de fluit kun je ook inademen, dat is weer heel anders, met deels gesloten mond.

In hoofdstuk 35.15 bespreken we meer de details, zoals bij bepaalde aandoeningen zoals:
Dystonie
Pseudoradiculaire klachten
Oromultifunktiestoringen
CVA/ stroke
Facialis parese
Gebitsproblemen.

Ook zal het neurofysiologische deel worden behandeld.


35.14 Tongue & Recorder